Body & Mind Language

Body & Mind Language

Body & Mind Language werkt met het lichaam als instrument. Het lichaam heeft herinneringen over ervaringen die we hebben opgedaan in ons leven. In die zin heeft het lichaam  een geheugen. Ook een geheugen voor een aantal familiewaarden en overtuigingen die we met de paplepel hebben ingegoten gekregen. Bij systemisch werken (werken met het systeem waar jij onderdeel vanuit maakt, zoals bv jouw familie) zie je regelmatig deze informatie naar boven komen.Vaak ligt dit lichaamsgeheugen in ons onbewuste opgeslagen, zodat we er met ons rationele verstand niet bij kunnen. Door met het lichaam te gaan bewegen, kan deze geheugenstroom aan informatie loskomen en in ons bewuste brein komen.

Binnen Body & Mind Language gaan we met het lichaam aan de slag, wat niet wil zeggen dat woorden niet van belang zijn. BML gebruikt deze woorden juist als informatie om met het lijf te gaan werken. Immers taal creëert de ervaring. Bijvoorbeeld ‘ik loop steeds in cirkels’. Laat dan iemand ook echt in cirkels lopen en de lijfelijke ervaring hiervan ondervinden. Waar is dan je focus, wat zie je dan, wat doet dat met je lijf, wat voel je dan, wat denk je dan, heb je dan contact met de wereld om je heen….Een ander voorbeeld ‘het ligt zwaar op mijn schouders’, creëer dan de ervaring hiervan door op de schouders te hangen, tot hoever ga je door, wanneer zeg je NEE, wat ervaar je…..BML brengt je in de ervaring, brengt je in het lijf. TAAL CREËERT DE ERVARING en met BML gaan we hier uiting aan geven.

BML: Lichaamshouding en levenshouding

Bovendien weerspiegelt onze lichaamshouding onze levenshouding en andersom. Onze gedachten en onze overtuigingen beïnvloeden weer onze lichaamshouding en daarin onze levenshouding. Ondersteunende overtuigingen als ‘ik kan het net zo goed als een ander’ zie je terugvertaalt in de lichaamshouding, zeker als je deze mens naast een ander mens neerzet. Dat zal een andere uiting zijn, dan als je denkt ‘de ander kan het beter’. Het interessante is dat je vanuit de overtuiging, vanuit de mind kan gaan werken om bewustzijn en veranderingen in de levenshouding te creëren, maar ook vanuit het lichaam. Dat laatste doet BML en gaat hierbij uit van de vooronderstelling LICHAAM EN GEEST ZIJN ÉÉN.

BML: Spierspanningspatronen

Alles wat we verdrongen hebben aan niet geuite emoties en gedachtes blijft achter in het lichaam. Het vormt onze overlevingsstrategieën, onze karakterstructuren.  Dit is zichtbaar in de spierspanning(spatronen) en ademhaling, lichaamshouding en beweging en hoorbaar in de tonatie van de stem.  Bewegen met het lijf raakt deze spierspanning en ademhaling, zodat informatie kan vrijkomen en gevoelens weer kunnen stromen. Deze informatie krijg je meestal niet via een gesprek boven water, omdat deze meer in het onbewuste ligt verborgen.

Als een kindje geboren wordt dan is het helemaal afhankelijk van de ouders. Het kind reikt uit in zijn behoefte naar warmte, aandacht, eten, spelen etc. De verzorger reikt ook uit naar het kind. Maar de verzorger kan nooit alle behoeften van het kind inlossen. Op zich is dit ook niet de bedoeling, omdat dit gewoon het leven is en kinderen ook met teleurstelling om mogen gaan. Elke keer dat een behoefte niet wordt ingelost, zal het kind een pijn ervaren waardoor de ademhaling wordt ingehouden en de spieren zich aanspannen, zodat het kind zich tegen de pijn kan beschermen. Gebeurd dit regelmatig of is een gebeurtenis erg heftig, dan ontstaat er een imprint, wat wil zeggen een gebeurtenis die wordt opgeslagen in het lichaam (en brein). Deze gebeurtenis vormt een overtuiging vormende ervaring. Het kind raakt gefrustreerd omdat zijn behoefte niet wordt ingelost en gaat zich aanpassen om wel de aandacht te krijgen van de verzorger. Dat moet een kind wel doen, want zonder deze verzorgers kan het kind niet leven. Deze aanpassing zal zich gaan vertalen in een soort van spierspanningspatroon bij elke keer dat deze imprint wordt geraakt en dient als bescherming om de pijn niet te voelen. Het kan zelfs een structureel pantser worden. De karakterstructuren gaan hier verder op in. Naast de bescherming om de pijn niet te voelen, kan je je voorstellen dat ook gevoelens minder goed geuit en ervaren kunnen worden. Je zit dus ook opgesloten in dit (spierspannings)patroon en je bent een stukje afgesloten van de buitenwereld.

Uit deze chronische aanpassing, onze overlevingsstrategie, ben je als kind jouw bestaanszekerheid gaan halen. Vaak zeggen mensen dan ‘zo ben ik nu eenmaal’.  Hierin identificeren we ons met onze overlevingsstrategie, met ons gedrag. Deze mindset legt ons dan beperkingen op, want je bent niet je gedrag, je bent niet je overlevingsstrategie. Je bent veel meer dan dat.

Het kan wel heel spannend zijn om deze imprints, deze spierspanningspatronen te gaan onderzoeken, want dan kan je zomaar je gevoelens van weerstand, pijn, boosheid en verdriet tegenkomen. Misschien wil je deze gevoelens juist vermijden. Juist deze gevoelens geven ons informatie. Als je de moed hebt om door deze gevoelens heen te bewegen en ze daardoor te herkennen en erkennen, dan kunnen ze meer voor ons gaan werken. Blijf je ze uitsluiten, dan zal je een deel van jezelf blijven uitsluiten en dat levert beperkingen op in je dagelijks leven. Overigens is de kans dan groot dat je juist deze ‘weggestopte gevoelens’ gaat projecteren in de buitenwereld, op je werk of op anderen. Als je bijvoorbeeld altijd als kind ‘de sterke’ hebt moeten zijn, dan kan het maar zo zijn dat je neerkijkt op mensen die hun ‘zwakke’ kanten laten zien. Dat wil niet zeggen dat deze mensen minder dan jij zijn, maar zo zie je ze en zo houd jij jouw strategie in stand om ‘de sterke’ te kunnen blijven. Kan je in mededogen met compassie naar je eigen pantsering kijken en naar die van anderen?